Advies Zorginstituut: gesuperviseerde oefentherapie bij COPD vanaf eerste behandeling in basispakket

0 Flares Filament.io 0 Flares ×

Oefentherapie onder supervisie van een fysiotherapeut of oefentherapeut bij Chronic Obstructive Pulmonary Disease (COPD) kan al vanaf de eerste behandeling in het basispakket worden opgenomen. Dit geldt alleen voor patiënten met matig ernstige tot zeer ernstige COPD. Dat adviseert het Zorginstituut in het pakketadvies ‘Gesuperviseerde oefentherapie bij COPD’ aan minister Bruins voor Medische Zorg en Sport.

Uit de beoordeling van gesuperviseerde oefentherapie bij COPD blijkt dat deze behandeling in voldoende mate voldoet aan de 4 pakketcriteria van het Zorginstituut:

  • Effectiviteit: het CVZ (de rechtsvoorganger van het Zorginstituut) heeft in 2012 al in het standpunt ‘Fysiotherapie en oefentherapie bij COPD’ geconcludeerd dat de behandeling voldoet aan het pakketcriterium effectiviteit voor patiënten met matig ernstige tot zeer ernstige COPD (vanaf GOLD-stadium II). Voor de nieuwe beoordeling heeft het Zorginstituut de literatuur onderzocht die na het uitbrengen van het standpunt is gepubliceerd. Dit onderzoek ondersteunt de eerdere conclusies.
  • Kosteneffectiviteit: het is onzeker of de behandeling kosteneffectief is, omdat er alleen beperkte gegevens beschikbaar zijn. Het Zorginstituut kan vanwege deze onzekerheid geen conclusie over kosteneffectiviteit trekken.
  • Noodzakelijkheid: de ziektelast van COPD, de zorgbehoefte van patiënten en de kosten van de behandeling zijn zo hoog dat de behandeling niet voor eigen rekening van de patiënt kan komen.
  • Uitvoerbaarheid: de behandeling kan met beperkte administratieve of organisatorische aanpassingen in het basispakket worden opgenomen en daar is ook voldoende draagvlak voor. Verder zal er eind 2018 een kwaliteitsstandaard (richtlijn) beschikbaar komen. Vergoeding vanaf de eerste behandeling uit het basispakket leidt er wel toe dat de zorgkosten met bijna € 5,4 miljoen stijgen. De verwachting is dat deze kostenstijging op termijn lager zal zijn, omdat oefentherapie andere behandelingen van COPD overbodig maakt (substitutie).

Uit onderzoek van het Zorginstituut is gebleken dat een deel van de patiënten een zeer hoog aantal behandelsessies ontvangt, terwijl de noodzaak voor dat hoge aantal wetenschappelijk niet is aangetoond. Daarom stelt het Zorginstituut voor om voor elk van de 4 groepen A, B, C en D (een aanvullende groepsindeling naar ziektelast door COPD, waarbij groep A de lichtste is) een maximum aantal behandelsessies per 12 maanden vast te stellen:

  • 5 sessies voor patiënten in groep A;
  • 27 sessies voor patiënten in groep B;
  • 70 sessies voor patiënten in groep C en D.

Als na het startjaar van behandeling nog onderhoudsbehandeling nodig is, zijn de maximum aantallen per 12 maanden lager: 3 in groep B en 52 in groep C en D. De kosten van oefentherapie bij COPD zullen hiermee ongeveer € 4,6 miljoen lager uitvallen dan de kosten in de huidige praktijk.

Matig ernstige tot zeer ernstige COPD (vanaf GOLD-stadium II) is in de huidige situatie opgenomen in de zogenoemde chronische lijst. Dat betekent dat oefentherapie voor COPD-patiënten die ouder zijn dan 18 jaar pas vanaf de 21e behandeling in het basispakket zit. De eerste 20 behandelingen moeten zij zelf betalen. Wanneer de minister van VWS het advies van het Zorginstituut overneemt, is dit niet langer het geval en kan de aandoening geschrapt worden van de chronische lijst.

Het advies over de inzet van fysiotherapie en oefentherapie bij COPD is één van de uitwerkingen van het systeemadvies over fysiotherapie en oefentherapie, dat het Zorginstituut in december 2016 heeft uitgebracht. Eerder heeft het Zorginstituut in samenhang met dit systeemadvies een positief advies uitgebracht over gesuperviseerde oefentherapie bij 2 andere aandoeningen, namelijk claudicatio intermittens (‘etalagebenen’) en artrose van heup of knie.

In het systeemadvies heeft het Zorginstituut voor de oefentherapeutische behandelingen die zijn of in de komende jaren worden toegelaten tot het basispakket, 2 vervolgstappen gepland:

  • Een evaluatie van de behandelingen samen met de patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Hierin komt onder andere aan de orde of de goede zorg wordt ingekocht en verleend, of de zorg conform de kwaliteitsstandaard wordt uitgevoerd en of de geschatte opbrengsten in de praktijk worden gehaald.
  • Een verzoek aan de NZa om samen met de betrokken partijen onderzoek te doen naar mogelijkheden voor een andere wijze van bekostiging van de behandelingen en die andere bekostigingswijze ook in de praktijk te testen.

Bron: Zorginstituut